Anticonceptie / Morning-afterpil
Wat in het dagelijks gebruik de pil heet, wordt in vaktaal orale anticonceptie genoemd. De orale anticonceptie wordt gebruikt om een zwangerschap te voorkomen. Ook wordt het gebruikt bij hevige of pijnlijke menstruatie en bij andere vormen van onregelmatig bloedverlies.
Vrijwel alle orale anticonceptie zijn combinatiepreparaten die bestaan uit stoffen die lijken op de natuurlijke geslachtshormonen van de vrouw namelijk de oestrogenen en de progestagenen.
Tijdens een normale menstruatiecyclus wordt in de baarmoeder de slijmvlieslaag dikker, zodat een eventueel bevruchte eicel zich daarin kan nestelen. Tijdens pilgebruik is er geen normale, maar een kunstmatige cyclus. Het baarmoederslijmvlies wordt dan ook maar langzaam dikker. Als de anticonceptie nu continu doorgeslikt zou worden, zou er uiteindelijk door het te dik geworden baarmoederslijmvlies op een gegeven moment een forse doorbraakbloeding ontstaan. Omdat het prettig is te weten wanneer je ongesteld wordt is er voor gekozen om na elke 21 pillen (soms 22) een stopweek van 7 dagen (soms 6) in te lassen. In deze stopweek vindt dan een onttrekkingsbloeding plaats, maar geen eisprong.
De morning-afterpil is een noodmaatregel die genomen kan worden na een onbeschermde geslachtsgemeenschap ter voorkoming of afbreking van een zwangerschap. De werking berust op het voorkomen van innesteling van de bevruchte eicel in het baarmoederslijmvlies.
De morning-afterpil bevat twee tabletten en met deze tabletten moet zo snel mogelijk (binnen 12 tot 72 uur) na de onbeschermde geslachtsgemeenschap worden begonnen. De tweede pil moet binnen 12 tot 24 uur na de eerste pil worden ingenomen. Dit middel is het meest effectief als er zo snel mogelijk mee wordt begonnen.




