Haaruitval / Luizen
De hoofdhuis van de mens in van nature bedekt met haar. Haar is weefsel dat langzaam groeit en het vernieuwd zich door uitval van oude haren en door groei van nieuw haar. De hoeveelheid haar dat uitvalt verschilt van persoon. Men spreekt van haaruitval als er meer haar uitvalt dan dat er nieuwe haar groeien.
Medisch gezien is er niets mis met kaalheid, maar het wordt door velen gezien als cosmetische ontsiering en hierdoor kunnen veel mensen het haarverlies maar moeilijk accepteren.
Gemiddeld heeft de mens 100.000 haren op het hoofd, waarvan er per dag ongeveer 50 tot 100 uitvallen. Als na het wassen van het haar meerdere haren in het putje terechtkomen dan betekent dat dus niet dat u direct kaal wordt.
Veel mannen hebben een erfelijke aanleg voor kaalheid, in de puberteit wordt hier de basis gelegd.
Van de luizen die gewoonlijk de mens als gasheer opzoeken kennen we in Nederland twee soorten, namelijk de hoofdluis en de schaamluis. Deze laatste wordt vooral overgedragen door seksueel contact.
Bij elke infectie met luizen staat jeuk op de voorgrond. Vaak is het vinden van een levende luis moeilijk en is het vinden van de eitjes, de neten, het bewijs. De neten van de hoofdluis ontwikkelen zich in zes tot acht dagen tot volwassen luizen.
Hoofdluizen, de meest voorkomende luizensoort, kunnen zich snel verspreiden en kunnen behalve via direct lichamelijk contact ook via de kleding (jaskragen, mutsen enz.) worden overgebracht, omdat de hoofdluis enige tijd zonder gastheer kan leven. Een infectie met hoofdluis is dan ook soms niet te voorkomen. Controle op de aanwezigheid van luizen en/of neten kan gebeuren met een gecombineerde luizen-netenkam.




